De geschiedenis
van brons
Brons is een legering van koper en tin, ( in de oudheid zelfs
arsenicum). Vanuit China tijdens de Changdynastie (15e eeuw
v.C.) Korea en Japan en middenoosten kwam de techniek van
het werken met brons via Kreta en Egypte naar onze regio.
Rechthoekig bronzen wijnoffervat,
type (fang hu), late Shang-dynastie (ca. 1300 - 1030 v. Chr.).
Gevonden bij Anyang, provincie Henan; Hoogte 64 cm, gewicht
ca. 31 kg.
foto: www.geledraak.nl
Vanaf 2100 tot 600 jaar voor Christus werden gereedschappen
en ook wapens en sieraden van brons gemaakt. Deze periode,
die de Bronstijd wordt genoemd, volgde op de Steentijd en
werd zelf weer opgevolgd door de IJzertijd.
Opmerkelijk is het feit dat er in Afrika in zuid Nigeria
bronzen voorwerpen zijn gevonden en dat in Zuid-Amerika alleen
de Inca het brons kende. Later is men het brons ook gaan toepassen
in de kunst. Ontwikkelingen bij de Etrusken en de Grieken
werden door de Romeinen overgenomen en verder ontwikkeld.
Na de 8e eeuw werd brons steeds meer een materiaal voor kunstenaars.

Deur in Brons
Technisch werd het mogelijk grotere standbeelden te maken,
maar ook grote bronzendeuren zoals te zien in de domkapel
in Aken rond het jaar 800. Verder in Hildesheim 1015 Augsburg
(12e ) en in de latere eeuwen vooral in Italië zoals
de “Paradijspoort” van het baptisterium in Florence
door Giberti begin 15e eeuw en er zijn echter ook nog meer
te bewonderen in de grote kerken van Italië. Het gieten
van grote (stand)beelden bereikte Frankrijk in de 17e eeuw.
In de 18e eeuw werd brons gebruikt om meubels te verfraaien
maar ook toegepast voor handvaten. Tevens werden pendules
en andere gebruiksvoorwerpen gegoten. Aan het eind van de
19e eeuw een opleving ( Rodin) en in de 20e eeuw Moore, Giacometti
en veel Nederlandse kunstenaars.
Toevoegingen aan brons
Toevoeging van tin maakt het zachte koper harder. Ook kan
men lood en zink toevoegen of een combinatie van beide met
weer andere eigenschappen. Voor een optimaal bronzenbeeld
gebruikt men de legering koper-tin in de verhouding 90-10,
dat wil zeggen 10% tin. Om de prijs te drukken kan men lood
en/of zink toevoegen aan het koper waardoor door groter zachtheid
de bewerking makkelijker wordt.

Voor het slaan van munten of medailles wordt 3-8% tin aan
het koper toegevoegd. Voor industriële doeleinden wordt
het percentage tin tot 13 à 30% opgevoerd en kunnen
andere metalen worden toegevoegd ter bevordering van de hardheid
en treksterkte. Klokken worden gegoten met een tin gehalte
van 30 à 40% waardoor het geluid langer doorklinkt.